ECLI:NL:GHAMS:2019:2731
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en onvermogen opvoeding
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het gezag over haar kind [kind A] beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. [kind A] is sinds 2017 uit huis geplaatst en verblijft in een perspectief biedend pleeggezin, samen met zijn jongere broer [kind B]. De moeder voert aan dat zij wel degelijk in staat is tot verzorging en opvoeding en verzoekt een deskundigenonderzoek op grond van artikel 810a lid 2 Rv.
Het hof overweegt dat er vanaf de geboorte van [kind A] ernstige zorgen zijn over de opvoedomgeving bij de moeder, die ondanks langdurige en intensieve hulpverlening onvoldoende in staat is gebleken een veilige en stimulerende opvoedsituatie te bieden. [kind A] vertoont een ontwikkelingsachterstand en is ernstig ondergestimuleerd in de thuissituatie. Het pleeggezin biedt hem rust, regelmaat en continuïteit, en hij maakt positieve ontwikkelingen door.
Het hof wijst het verzoek tot deskundigenonderzoek af omdat het belang van het kind zich daartegen verzet; een dergelijk onderzoek zou het hechtingsproces met het pleeggezin verstoren en de onzekere situatie verlengen. De aanvaardbare termijn voor herstel van de opvoedingssituatie is verstreken, en het gezag wordt daarom terecht beëindigd. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over [kind A] wordt beëindigd en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.