ECLI:NL:GHAMS:2019:2740
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen gronden meer voor verlenging uithuisplaatsing kwetsbare minderjarige
De zaak betreft een minderjarige die sinds 2017 in een gezinshuis verblijft na een ondertoezichtstelling. De tante, die het gezag uitoefent, verzoekt vernietiging van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, stellende dat de plaatsing niet langer noodzakelijk is en dat zij zelf de begeleiding kan bieden.
De gecertificeerde instelling (GI) betoogt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige, die functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau en sociaal op een jongere leeftijd. De GI wijst op het belang van de methode 'Gentle Teaching' en de noodzaak van toezicht en begeleiding buiten het strenge begrenzen door de tante.
De minderjarige geeft aan het goed te hebben in het gezinshuis, maar liever bij haar tante of zelfstandig met begeleiding zou willen wonen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert bekrachtiging van de beschikking, maar benadrukt het ontbreken van duidelijkheid over het perspectief.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is en dat de machtiging slechts verlengd wordt tot 15 augustus 2019 om een goede overgang mogelijk te maken. Daarna wordt de machtiging vernietigd en het verzoek van de GI afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 15 augustus 2019 en daarna beëindigd wegens het ontbreken van noodzakelijkheid.