In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2018 herzien. De verdachte werd primair veroordeeld voor het uitlokken van een beroving waarbij geweld is gebruikt, bedreiging met een vuurwapen en een schietincident plaatsvond. Het hof bevestigt de bewezenverklaring maar vernietigt de strafoplegging vanwege onvoldoende motivering en vult de bewijsmiddelen aan.
De zaak betreft een plan waarbij de verdachte samen met twee oud-collega's een slachtoffer benaderde met een valse deal, waarna een beroving werd uitgevoerd. De verdachte was de schakel tussen de medeverdachten en de daders, regelde tijd en plaats en hield contact tijdens de voorbereiding. Het incident was ernstig: mishandeling, bedreiging en diefstal van een groot geldbedrag.
Het hof weegt mee dat de verdachte een first offender is en zijn leven verder op orde lijkt te hebben. Gezien de ernst van het feit en de maatschappelijke impact acht het hof een vrijheidsstraf passend. De straf wordt gematigd vanwege de duur van de procedure en persoonlijke omstandigheden, en vastgesteld op 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.