In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam inzake winkeldiefstal heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd. De verdachte voerde aan dat het ontbreken van bewegende camerabeelden in het dossier een onherstelbaar vormverzuim vormt, waardoor het bewijs niet controleerbaar zou zijn en hij vrijgesproken moet worden.
De advocaat-generaal stelde dat het proces-verbaal van bevindingen over het uitkijken van de camerabeelden voldoende concreet was en dat de verdediging onvoldoende specifiek had gemotiveerd waarom de waarnemingen onjuist zouden zijn. Het hof erkende dat het wenselijk is dat bewegende beelden in het dossier worden gevoegd, maar oordeelde dat het ontbreken daarvan niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting.
Het hof verwierp het verweer van de verdediging en bevestigde het vonnis van de politierechter. Het proces-verbaal van bevindingen werd als voldoende betrouwbaar beschouwd om als bewijs te dienen, ondanks het ontbreken van de originele camerabeelden.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juli 2019.