De verdachte, bestuurder van een BV, vulde op 30 januari 2018 een Bibob-formulier van de gemeente Amsterdam in en beantwoorde daarin onjuist de vraag of betrokkenen in de afgelopen vijf jaar in aanraking waren geweest met politie of justitie. Hij antwoordde ontkennend terwijl hij wist dat een opdrachtgever betrokken was bij een strafrechtelijke procedure in het buitenland.
De verdediging voerde aan dat de vraag niet op buitenlandse procedures zag en dat het antwoord verontschuldigbaar was. Het hof verwierp dit verweer omdat de vraag breed was geformuleerd en ook buitenlandse veroordelingen en schikkingen dienden te worden gemeld. Het hof achtte bewezen dat de verdachte het formulier valselijk had opgemaakt met het oogmerk het als echt te gebruiken.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Het hof bevestigde deze straf, oordeelde dat de ernst van het feit en het belang van het integriteitsonderzoek een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, en vernietigde het eerdere vonnis om opnieuw recht te doen.
De verdachte werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 juli 2019.