ECLI:NL:GHAMS:2019:3181
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis medeplegen invoeren cocaïne ondanks ontkenning verdachte
Op 13 oktober 2018 werden verdachte en medeverdachte aangehouden op Schiphol met elk ongeveer 6,5 kilogram cocaïne in hun koffers. Hoewel zij verklaarden een relatie te hebben en samen te reizen, stelde het hof vast dat dit niet waar was en dat zij dit moesten verklaren om de douane te misleiden.
De verdachte was financieel gemotiveerd door de dure chemokuur van zijn zieke zoon en werd door een derde, [naam], aangestuurd om de goederen naar Nederland te brengen in ruil voor vergoeding. De verdachte ontving €700 cash en retourtickets. De verdachte voelde dat zijn koffer zwaarder was dan zijn kleding, maar ontkende kennis van de drugs.
Het hof hechtte geen geloof aan deze ontkenning gezien de omstandigheden, de gezamenlijke reis, het contact met [naam] en de aanwijzingen dat zij bewust en in nauwe samenwerking de cocaïne invoerden. Het hof verving de bewijsvoering van de rechtbank en bevestigde het vonnis, waarbij artikel 11 van Pro de Opiumwet werd toegevoegd aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en veroordeelt verdachte voor medeplegen invoer van circa 6,5 kilogram cocaïne.