ECLI:NL:GHAMS:2019:3214
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening schadevergoeding bij beschadiging computer wegens onvoldoende bewijs herstelkosten
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van appellant voor schade aan de computer van geïntimeerde centraal. De kantonrechter had appellant veroordeeld tot betaling van €4.206,61 aan schadevergoeding. Het hof bevestigde dat appellant zijn zorgplicht had geschonden en aansprakelijk was, maar stelde dat de schadevergoeding te hoog was vastgesteld.
Het hof overwoog dat de schadevergoeding gelijk moet zijn aan de objectief vastgestelde herstelkosten. Omdat partijen onvoldoende concrete bewijsstukken hadden overgelegd om de herstelkosten nauwkeurig te bepalen, werden deze kosten geschat op basis van artikel 6:97 BW Pro. Daarbij werd rekening gehouden met de mogelijkheid tot hergebruik van onderdelen van de computer.
De kosten voor vervanging van onderdelen en arbeidsloon werden begroot op €1.500. Het hof vernietigde daarom het eerdere vonnis voor zover het een hogere schadevergoeding toekende en veroordeelde appellant tot betaling van dit lagere bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Voor het overige werd het vonnis bekrachtigd en werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De schadevergoeding voor beschadiging van de computer wordt verlaagd naar €1.500 met wettelijke rente.