Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2019:346

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2019
Publicatiedatum
12 februari 2019
Zaaknummer
200.239.972
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 lid 3 BWArt. 2:353 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking Ondernemingskamer inzake onderzoek naar beleid en gang van zaken besloten vennootschap in liquidatie

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft op 31 januari 2019 een beschikking gegeven in een zaak betreffende een besloten vennootschap in liquidatie. Eerder waren diverse beschikkingen gegeven waarbij een onderzoek was bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap vanaf 1 september 2012. Tevens waren bestuurders geschorst en een tijdelijk bestuurder benoemd, terwijl aandelen ten titel van beheer waren overgedragen aan een derde.

Het onderzoek werd uitgevoerd door drs. E.A. Marseille RA, die een onderzoeksverslag met bijlagen heeft ingediend. De kosten van het onderzoek werden gespecificeerd op een bedrag van €21.295,80 exclusief btw. De Ondernemingskamer heeft het verslag ter griffie ter inzage gelegd voor belanghebbenden conform artikel 2:353 lid 2 BW Pro.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 14 februari 2019 uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker, zoals bepaald op grond van artikel 2:350 lid 3 BW Pro. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en raadsheren van de Ondernemingskamer.

De procedure betreft een zorgvuldig onderzoek naar het bestuur en beleid van de vennootschap, waarbij ook maatregelen zijn genomen om de belangen van de vennootschap en haar aandeelhouders te beschermen. De beschikking vormt een belangrijke stap in de afwikkeling van het geding en de vaststelling van de kosten van het onderzoek.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag ligt ter inzage en partijen kunnen zich uitlaten over de vergoeding van de onderzoeker.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.239.972/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 31 januari 2019
inzake

1.[A] ,

wonende te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat:
mr. J.T. Stekelenburg, kantoorhoudende te Holten,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C](in liquidatie),
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
e n t e g e n

1.[D] ,

wonende te [....] ,
2.
[E],
wonende te [....] ,
advocaten:
mr. P. Roordaen
mr. R.N. de Jong, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
3.
[F],
wonende te [....] ,
in persoon verschenen,
BELANGHEBBENDEN.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- verzoekers afzonderlijk: [A] respectievelijk [B] ;
gezamenlijk: [A] c.s.;
  • verweerster: [C] ;
  • belanghebbende sub 1: [D] ;
  • belanghebbende sub 2: [E] ;
- belanghebbende sub 3: [F] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 augustus 2018, 8 augustus 2018 en 11 december 2018 alsmede de beschikking van de raadsheer-commissaris van 24 december 2018 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikkingen van 2 en 8 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [C] over de periode vanaf 1 september 2012, drs. E.A. Marseille RA (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [D] en [E] geschorst als bestuurders van [C] , drs. H.C. van Eyck van Heslinga (hierna: Van Eyck van Heslinga) als tijdelijk bestuurder van [C] benoemd en bepaald dat de aandelen in [C] – telkens met uitzondering van één aandeel – van ieder van de aandeelhouders ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. A.L. Leuftink (hierna: Leuftink). Het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten is vastgesteld op € 40.000 (exclusief omzetbelasting).
1.4
Bij de beschikking van 24 december 2018 heeft de raadsheer-commissaris, op verzoek van de onderzoeker, [D] bevolen om binnen tien dagen na de datum van die beschikking de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van [C] die de in die beschikking genoemde informatie bevatten volledig en onvoorwaardelijk ter inzage te geven aan de onderzoeker.
1.5
Op 31 januari 2019 is ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen het door de onderzoeker ondertekende verslag (met bijlagen) van voormeld onderzoek, gedateerd 30 januari 2019. De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
1.6
Met het oog op de vaststelling van diens vergoeding heeft de onderzoeker in de begeleidende brief bij het onderzoeksverslag van 30 januari 2019 een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 21.295,80 (exclusief btw).

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag (met bijlagen) van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overigens in deze zaak betrokken belangen, ziet de Ondernemingskamer aanleiding om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW Pro door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker. De griffier zal daartoe de in 1.6 genoemde specificatie aan partijen toezenden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag (tezamen met de bijlagen) van het bij de beschikking van 2 augustus 2018 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [C] , gevestigd te Rijssen, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op 14 februari 2019 uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker als bedoeld in 1.6 en 2.2 hiervoor;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 31 januari 2019.