ECLI:NL:GHAMS:2019:3572
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vernietiging leaseovereenkomst en oneerlijk beding
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal van appellant tegen meerdere vonnissen van de kantonrechter Amsterdam betreffende twee effectenleaseovereenkomsten met Dexia Nederland B.V. Appellant vordert vernietiging van leaseovereenkomst II op grond van oneerlijke bedingen en artikel 1:88 en Pro 1:89 BW, met terugbetaling van betaalde termijnen en rente.
De feiten zijn onbetwist: appellant sloot twee leaseovereenkomsten met Dexia, waarvan leaseovereenkomst II onderwerp van discussie is. De kantonrechter oordeelde dat het beroep op vernietiging door echtgenote van appellant niet tijdig was ingediend en verklaarde een deel van het beding in leaseovereenkomst II vernietigd. Tevens wees de kantonrechter de verklaring voor recht van Dexia af dat zij aan haar verplichtingen had voldaan.
Het hoger beroep richt zich alleen op het tussenvonnis en het eindvonnis van de kantonrechter. Het hof stelt dat appellant onvoldoende belang heeft bij het hoger beroep omdat de afwijzing van de vorderingen van Dexia niet wordt bestreden en het vernietigingsverweer geen gezag van gewijsde heeft. Hierdoor faalt het hoger beroep en worden de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door het hof Amsterdam op 1 oktober 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.