ECLI:NL:GHAMS:2019:3606

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 oktober 2019
Publicatiedatum
7 oktober 2019
Zaaknummer
23-002635-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest heropening onderzoek wegens horen getuige in hoger beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2019 een tussenarrest gewezen in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 18 juli 2018. De verdachte was in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat het onderzoek niet volledig was, omdat een door de verdediging verzocht getuigenverhoor van een verbalisant niet had plaatsgevonden. In plaats daarvan was een aanvullend proces-verbaal opgemaakt zonder dat de verdediging vooraf vragen kon indienen.

Het hof oordeelde dat hiermee onvoldoende tegemoet was gekomen aan de belangen van de verdediging. Omdat het hof niet zonder meer tot vrijspraak wilde overgaan, wees het het verzoek van de verdediging toe om de verbalisant als getuige te horen. Het hof besloot daarom het onderzoek te heropenen, de zaak te schorsen en de zaak te hervatten op een nader te bepalen datum.

De stukken werden in handen gesteld van de raadsheer-commissaris die belast is met strafzaken binnen het gerechtshof, die de oproeping van de getuige en verdere voorbereidingen zal verzorgen. De verdachte en zijn raadsman worden opgeroepen voor de nieuwe terechtzitting. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en schorst de zaak om de verbalisant als getuige te horen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002635-18
datum uitspraak: 4 oktober 2019
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-132089-18 en 23-002984-16 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 20 september 2019 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest met betrekking tot het feit.
Het hof heeft geconstateerd dat de verdediging bij appelschriftuur van 26 juli 2018, voor zover hier relevant, heeft verzocht als getuige te doen oproepen verbalisant [verbalisant]. De raadsman heeft dit verzoek ter terechtzitting in voorwaardelijke zin herhaald.
Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris van 19 november 2018 heeft de advocaat-generaal, na overleg met de raadsheer-commissaris, toegezegd ervoor zorg te dragen dat verbalisant [verbalisant] een aanvullend proces-verbaal zou opmaken, hetgeen ook is geschied.
Uit hetgeen de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, leidt het hof af dat de raadsman niet is betrokken bij voornoemde beslissing om de verbalisant niet als getuige te doen horen, maar hem aanvullend te laten rapporteren. De raadsman is evenmin in de gelegenheid gesteld om zijn vragen aan de getuige op schrift te stellen alvorens de getuige het aanvullend proces-verbaal zou opmaken. Aldus is naar het oordeel van het hof onvoldoende tegemoet gekomen aan de belangen van de verdediging.
Nu het hof niet zonder meer concludeert tot vrijspraak van de verdachte van het aan hem tenlastegelegde, wijst het hof het (voorwaardelijke) verzoek van de raadsman tot horen van verbalisant [verbalisant] toe.
Het hof
verwijstde zaak derhalve
naar de raadsheer-commissarisvoor het horen van de verbalisant
[verbalisant], brigadier bij de Politie Eenheid Amsterdam, en stelt de stukken daartoe in handen van de raadsheer-commissaris belast met strafzaken in dit gerechtshof.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.

Beslissing

Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte en de raadsman van de verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Stelt de stukken met het oog op het vorenstaande in handen van de raadsheer-commissaris.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. R.D. van Heffen en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van
mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 oktober 2019.
=========================================================================
[…]