ECLI:NL:GHAMS:2019:3649
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand wegens gebrek aan belang
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. Het verzoek betrof een bedrag van €12.581,50.
Tijdens de raadkamerzitting was verzoekster niet aanwezig, maar zij gaf telefonisch aan dat zij op de hoogte was van de behandeling van het verzoek, dat haar verzekeraar de kosten reeds had vergoed, en dat zij geen verdere bemoeienis wenste.
Het hof oordeelde dat verzoekster geen belang had bij het verzoek, nu de kosten reeds waren vergoed door de verzekeraar. Daarom werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vergoeding.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 oktober 2019.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wegens gebrek aan belang.