In hoger beroep is de verdachte terechtgesteld voor diefstal van een geldbedrag van een bedrijf door het zonder toestemming gebruiken van een vervalste tankpas in de periode van 17 tot en met 21 juli 2016. Het hof acht bewezen dat verdachte op 21 juli 2016 met een vervalste tankpas een geldbedrag heeft weggenomen bij een tankstation te Velserbroek.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet de bestuurder was van het voertuig bij de politiecontrole en slechts als katvanger werd gebruikt, maar dit scenario werd niet aannemelijk geacht door het hof. Het hof baseerde zich op het proces-verbaal en de verklaringen van de politieambtenaren.
Het hof spreekt verdachte vrij voor de andere tenlastegelegde tijdstippen wegens onvoldoende bewijs. Verdachte is eerder veroordeeld voor vermogensdelicten, maar dit weegt niet mee bij de strafoplegging. Wel is strafverzwarend dat het feit tijdens lopende proeftijd is gepleegd.
De opgelegde straf bestaat uit een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 80 uur, waarbij de taakstraf bij niet-naleving wordt vervangen door 40 dagen hechtenis. De vordering tot schadevergoeding van het bedrijf wordt niet toegewezen omdat het faillissement en de vertegenwoordiging onduidelijk zijn.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 27 september 2019.