Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2019:3694

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2019
Publicatiedatum
14 oktober 2019
Zaaknummer
23-000692-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 SvArt. 395a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugwijzing van verstekvonnis wegens ontbreken stukken en niet-ontvankelijkheid verzet

De verdachte werd beschuldigd van het zonder geldig vervoerbewijs gebruiken van een metrostation te Amsterdam op 6 oktober 2017. Hij stelde verzet in tegen een strafbeschikking, maar de kantonrechter verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk en sprak verstekvonnis uit. Het hof constateerde dat essentiële stukken met betrekking tot de strafbeschikking ontbraken, waardoor niet kon worden vastgesteld of het verzet ontvankelijk was.

Daarnaast was de verdachte niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep en was de dagvaarding niet persoonlijk aan hem uitgereikt, waardoor hij geen kennis kon hebben van de zitting. Gezien deze omstandigheden vernietigde het hof het vonnis en verwees de zaak terug naar de kantonrechter voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 september 2019.

Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000692-19
datum uitspraak: 13 september 2019
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-212174-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2019.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 6 oktober 2017, te Amsterdam, gebruik heeft gemaakt van (een) tot het openbaar vervoer behorende voorziening(en), te weten het metrostation Bullewijk, zonder hiervoor geldig vervoerbewijs, terwijl door de vervoerder duidelijk kenbaar was gemaakt dat dit gebruik niet was toegestaan zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

De verdachte heeft op 24 juli 2018 verzet ingesteld tegen een aan hem uitgevaardigde strafbeschikking (CJIB-nummer 4132 5420 0319 9351). De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft bij verstek mondeling vonnis gewezen en het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Van het vonnis is slechts aantekening gedaan als bedoeld in artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Het hof constateert dat in het dossier stukken ontbreken met betrekking tot de in deze strafzaak aan de verdachte uitgevaardigde strafbeschikking. Mede in verband daarmee kan niet worden vastgesteld of het verzet al dan niet ontvankelijk is. Eén en ander klemt temeer, nu de verdachte in zijn verzetschrift stelt dat hij op 19 juli 2018 kennis heeft genomen van vorenbedoelde strafbeschikking.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en de zaak op de voet van artikel 423, eerste en tweede lid, Sv terugwijzen naar de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam op grond van het voorgaande en gelet op de volgende omstandigheden:
de kantonrechter heeft niet op de hoofdzaak beslist;
de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2019 (opnieuw) niet verschenen, terwijl de dagvaarding voor die terechtzitting niet in persoon aan hem is uitgereikt;
en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van deze terechtzitting hem tevoren bekend was.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst de zaak terug naar de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 september 2019.