De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruikmaken van een metrostation zonder geldig vervoerbewijs, in strijd met artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat dit slechts een aantekening betrof en deed opnieuw recht.
Uit het bewijs blijkt dat de verdachte op 30 november 2017 te Amsterdam het metrostation Bullewijk heeft gebruikt zonder geldig vervoerbewijs, terwijl dit duidelijk was aangegeven als niet toegestaan. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid van het feit of de verdachte uitsluiten.
Het hof achtte een geldboete van €90 passend, met een vervangende hechtenis van 1 dag bij niet-betaling, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de draagkracht van de verdachte. Tevens werd een eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 september 2019.