Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Algehele uitsluiting
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1998 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Na hun echtscheiding in 2016 is de verdeling van de onder de notaris in depot gehouden gelden onderwerp van geschil geworden.
De man vordert in hoger beroep een grotere toedeling van de depotgelden aan zichzelf, onder meer vanwege een erfenis en een lening van zijn moeder die hij meent te moeten verrekenen. De vrouw betwist deze vorderingen en stelt onder meer dat de man onvoldoende bewijs heeft geleverd voor waarde vermeerdering van de woning en dat zij recht heeft op een groter deel van de gelden.
Het hof oordeelt dat de erfenis buiten verrekening valt en dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat investeringen in de woning waarde verhogend waren. De lening van de moeder wordt wel erkend en in mindering gebracht op het depotbedrag. Verder stelt het hof de waarde van sieraden en voertuigen vast en corrigeert de verdeling van de gelden op basis daarvan.
De schadevergoeding wegens vernielingen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de verdeling van de depotgelden betreft en bepaalt de nieuwe verdeling en uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bepaalt een nieuwe verdeling van de depotgelden waarbij de man € 43.914,74 en de vrouw € 22.078,94 ontvangt, wijst de schadevergoeding af en compenseert de proceskosten.