ECLI:NL:GHAMS:2019:3735
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over vernietiging effectenlease en gezag van gewijsde jegens echtgenoten
In deze zaak tussen Leaseproces B.V. en Dexia Nederland B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De kern van het geschil betreft de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in Pro verbinding met 1:89 BW en de vraag of een vonnis dat de verjaring van de vernietigingsvordering bevestigt jegens beide echtgenoten bindende kracht heeft, ook als slechts één echtgenoot partij was in de procedure.
Het hof overweegt dat de beantwoording van deze vragen van belang is voor een groot aantal vergelijkbare procedures, mede vanwege de collectieve procedure die eerder is gevoerd en de stuitende werking daarvan. Dexia voerde verjaring aan van de restitutievordering, maar het hof oordeelde dat deze vordering tijdig is gestuit door brieven namens cliënten en hun echtgenoten, waaronder de niet-procespartij.
De prejudiciële vragen betreffen onder meer of de vorderingen als gemeenschappelijk voor beide echtgenoten moeten worden beschouwd, of het gezag van gewijsde ook jegens de niet-procespartij echtgenoot geldt, en of het huwelijksgoederenregime of de procespartijrol van invloed is. Het hof houdt verdere beslissingen aan totdat de Hoge Raad uitspraak doet.
Uitkomst: Het hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de bindende kracht van een vonnis jegens niet-procespartij echtgenoten en houdt verdere beslissingen aan.