ECLI:NL:GHAMS:2019:3765
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over kwetsbare minderjarige met stoornissen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de kinderrechter die het ouderlijk gezag over zijn zoon beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. De minderjarige, geboren in 2002, kampt met een stoornis in het autisme spectrum en een reactieve hechtingsstoornis, en verblijft sinds 2017 in een behandelcentrum.
De vader betoogde dat het gezag onterecht was beëindigd, wijzend op de goede schoolprestaties tijdens zijn verzorging en de negatieve invloed van de GI. De moeder steunde dit standpunt. De raad en GI stelden echter dat de vader onvoldoende inzicht toont in de problematiek van de minderjarige en dat de huidige zorgomgeving niet passend is, mede vanwege incidenten en het langdurig onvindbaar zijn van de minderjarige.
Het hof overwoog dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de vader niet in staat is de noodzakelijke verzorging en opvoeding te bieden. De aanvaardbare termijn voor verbetering is verstreken. Het verzoek van de vader werd afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd. Het hof benadrukte dat de vader een belangrijke rol blijft spelen in het leven van de minderjarige, in samenwerking met de GI.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige en wijst het verzoek van de vader af.