Op 25 januari 2016 heeft de verdachte in Amsterdam een kip weggenomen die eigendom was van een ander zonder toestemming, hetgeen leidde tot de tenlastelegging van diefstal.
De verdachte voerde aan dat zij handelde om de kip te redden op grond van de Wet Dieren, en stelde zich subsidiarier op het standpunt van noodweer en overmacht. Het hof oordeelde echter dat de kip niet in een acute noodsituatie verkeerde en dat de omstandigheden geen rechtvaardiging boden voor het wegnemen van het dier.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd en verwierp de verweren. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, en het feit dat de redelijke termijn was overschreden, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak de verdachte schuldig zonder strafoplegging. Tevens werd een eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd.