ECLI:NL:GHAMS:2019:3989
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag moeder over kinderen na langdurige uithuisplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het ouderlijk gezag van de moeder over haar kinderen beëindigde. De kinderen verblijven sinds eind 2014 bij hun grootmoeder, de pleegmoeder, vanwege ernstige zorgen over de geestelijke gezondheid van de moeder en de onveilige opvoedomgeving.
De moeder erkent haar eerdere problemen en de noodzaak van uithuisplaatsing, maar stelt dat zij sindsdien positieve stappen heeft gezet en het gezag zou moeten behouden om betrokken te blijven bij belangrijke beslissingen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) menen dat de moeder nog niet in staat is de zorg en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen.
Het hof oordeelt dat de kinderen een ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervinden en dat het belang van continuïteit en duidelijkheid voor hen zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij behoud van gezag. De beëindiging van het gezag is noodzakelijk en proportioneel. Het verzoek van de moeder om het kind [kind A] te horen wordt afgewezen vanwege zijn leeftijd en de belasting daarvan.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en verzoekt om registratie van de uitspraak in het gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de kinderen.