ECLI:NL:GHAMS:2019:4036
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bekendheid met vals geld
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk in voorraad hebben van vals geld, namelijk bankbiljetten van 50 euro, met het oogmerk deze als echt uit te geven. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar het hof heeft het vonnis vernietigd en in hoger beroep de zaak opnieuw beoordeeld.
Tijdens de zitting in hoger beroep verklaarde de verdachte dat hij de biljetten ontving na de verkoop van telefoons en niet wist dat het vals geld betrof. Hoewel het hof deze verklaring ernstig in twijfel trok vanwege het ontbreken van verifieerbare details, vond het hof dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte daadwerkelijk bekend was met de valsheid van het geld.
Het enkele feit dat de verdachte het valse geld bij zich had, was volgens het hof niet voldoende voor een bewezenverklaring. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van de tenlastelegging. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij bekend was met de valsheid van de biljetten.