ECLI:NL:GHAMS:2019:4053
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering conservatoir beslagverlof wegens ontbreken zaakwaarneming door minderheidsaandeelhouders
In deze civiele zaak heeft [X BV], een Nederlands familiebedrijf, hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de voorzieningenrechter om conservatoir beslagverlof te verlenen op vordering tegen meerderheidsaandeelhouders [A c.s.]. [X BV] stelt dat door een constructie waarbij een waardevolle grondpositie via tussenvennootschappen aan de meerderheidsaandeelhouders is onttrokken, zij schade lijdt en een vordering uit onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking heeft.
De minderheidsaandeelhouders van [X BV] traden namens de vennootschap op en baseren hun bevoegdheid op zaakwaarneming, omdat het bestuur en de raad van commissarissen niet bereid zijn de vordering in te stellen. Het hof oordeelt dat belangenbehartiging tegen de wil van degene wiens belang wordt behartigd niet als zaakwaarneming geldt, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn, welke hier ontbreken.
Het hof stelt dat het bestuur en de raad van commissarissen wel in staat zijn rechtsmaatregelen te nemen en dat het ontbreken van een besluit niet betekent dat de minderheidsaandeelhouders rechtsgeldig kunnen optreden. Ook is niet aannemelijk dat alle commissarissen een tegenstrijdig belang hebben. Het verzoek tot beslagverlof wordt daarom afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering van conservatoir beslagverlof omdat de minderheidsaandeelhouders niet rechtsgeldig namens [X BV] kunnen optreden op basis van zaakwaarneming.