Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
productie Bnog een schriftelijke verklaring van [A] in het geding, welke (nu wel) is ondertekend en waar zijn contactgegevens in zijn verwerkt”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak gaat het om de onbevoegde verkoop en levering van een showroomkeuken door appellant, die bestuurder en aandeelhouder was van CMT-Beheer, aan een derde, terwijl de keuken eigendom was van [X] Projekten. De keuken was onderdeel van activa die CMT-Beheer had overgenomen uit een faillissement. [X] Projekten had de keuken via een veiling gekocht en stelde vast dat deze ontbrak in de showroom, waarna aangifte werd gedaan.
Appellant stelde dat hij de keuken ter zekerheid had gehouden en dat hij gemachtigd was deze aan een derde te verkopen. Het hof oordeelde dat appellant deze machtiging onvoldoende had bewezen en dat hij de keuken zonder toestemming had verkocht en geleverd aan een derde, [A]. De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €85.605,25, maar het hof stelde vast dat deze waarde niet aannemelijk was.
Het hof overwoog dat de keuken vier jaar oud was, als showroomkeuken was gebruikt en dat de marktwaarde leidend moest zijn voor de schadevergoeding. De verkoopprijs van €30.000 door appellant aan [A] werd als redelijke schadevergoeding vastgesteld. Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover appellant tot een hogere schadevergoeding was veroordeeld en veroordeelde hem tot betaling van €30.000 plus wettelijke rente. Verder werden de overige onderdelen van het vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €30.000 schadevergoeding wegens onbevoegde verkoop van de showroomkeuken.