Uitspraak
mr. E.Ph. Roelofs, kantoorhoudende te Heerlen,
mr. J.H.M. Daniëls, kantoorhoudende te Sittard.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert appellant [A] dat geïntimeerde [B] de certificaten die zij houdt in [B] overneemt tegen een door een deskundige vast te stellen prijs. De Ondernemingskamer heeft in een tussenarrest van 24 september 2019 geoordeeld dat een deskundige benoemd zal worden om de waarde van alle aandelen in [B] te bepalen per 31 december 2015, een datum waarop partijen overeenstemming bereikten.
Partijen hebben zich uitgelaten over de benoeming van de deskundige en de vraagstelling. Zowel [A] als [B] stemden in met de benoeming van drs. P.C.H. Poortvliet RA RV als deskundige. De Ondernemingskamer heeft het verzoek van [B] tot tussentijds cassatieberoep afgewezen.
De Ondernemingskamer heeft bepaald dat de waarde van de certificaten wordt vastgesteld op een evenredig deel van de ondernemingswaarde van alle aandelen in [B], waarbij het minderheidsbelang van [A] geen rol speelt. De deskundige zal ook beoordelen of er nog relevante opmerkingen zijn voor de zaak. De kosten van het deskundigenonderzoek komen voor rekening van [B], die een voorschot van €15.000 dient te voldoen.
De deskundige moet zijn schriftelijk rapport uiterlijk 17 maart 2020 indienen waarna partijen in de gelegenheid worden gesteld te reageren. De Ondernemingskamer houdt verdere beslissingen aan totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst het verzoek tot tussentijds cassatieberoep af en benoemt een deskundige voor waardering van de aandelen per 31 december 2015.