ECLI:NL:GHAMS:2019:4149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens gebrekkige machtiging
In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter van 17 juli 2018. Het hoger beroep was ingesteld door een medewerker van de griffie op basis van een schriftelijke machtiging van de raadsman van verdachte. Deze machtiging voldeed echter niet aan de wettelijke eisen omdat er geen adres voor ontvangst van de appeldagvaarding was opgegeven.
Verdachte was niet verschenen op de zittingen van 7 februari 2019 en 29 oktober 2019, en er was ook geen gemachtigde raadsman aanwezig om hem te vertegenwoordigen. Hierdoor kon het gebrek in de machtiging niet worden hersteld of gedekt.
Het hof oordeelde daarom dat verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard in het hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 29 oktober 2019.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een ongeldige machtiging en afwezigheid op zittingen.