ECLI:NL:GHAMS:2019:4171
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met minderjarige wegens onbekende omstandigheden en belangen kind
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn vijfjarige zoon heeft afgewezen. De moeder oefent het gezag uit en de vader heeft het kind erkend. De vader heeft een belast verleden met psychiatrische problematiek en zat lange tijd in detentie en een forensische kliniek. Hij stelt dat hij inmiddels stabiel is en een basis wil leggen voor contact met zijn zoon.
De moeder betwist de stabiliteit van de vader en wijst op het kwetsbare karakter van het kind, dat getuige is geweest van huiselijk geweld en een slechte verstandhouding tussen de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat omgang momenteel niet mogelijk is zonder begeleiding van de moeder en dat het belang van het kind voorop staat.
Het hof overweegt dat het vaststellen van een omgangsregeling slechts kan worden geweigerd als dit in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Gezien de jonge leeftijd en kwetsbaarheid van het kind, het onbekende stabiele leven van de vader na detentie, en de psychiatrische problematiek, acht het hof het niet verantwoord om omgang toe te staan. Het verzoek van de vader wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.