Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
e. het verstrekken en aangaan van geldleningen, het beheren van en het beschikken over registergoederen en het stellen van zekerheden, ook voor schulden van anderen”.
Gerechtshof Amsterdam
Rabobank is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin de borgstelling van [geïntimeerde] door zijn echtgenote buiten gerechtelijke vernietigd werd op grond van het ontbreken van toestemming. De rechtbank had de vordering van Rabobank afgewezen. Het hof stelt vast dat de financieringen door de Poluxgroep binnen de normale bedrijfsuitoefening vielen, waardoor de uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW Pro van toepassing is en toestemming van de echtgenote niet vereist was.
De feiten betreffen twee financieringen verstrekt door Rabobank aan de Poluxgroep, waarvan [geïntimeerde] borg stond. De Poluxgroep ging failliet, waarna Rabobank de borgtocht opeiste. De echtgenote van [geïntimeerde] stelde vernietiging van de borgstelling buiten gerechtelijk in, maar het hof oordeelt dat deze vernietiging geen effect heeft.
Het hof gaat ook in op het verweer van schuldeisersverzuim en onvoldoende voortvarendheid van Rabobank, maar wijst deze af wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering van Rabobank tot betaling van € 275.000,-- wordt toegewezen met rente en beslagkosten. [geïntimeerde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van Rabobank toegewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van € 275.000,-- met rente en beslagkosten aan Rabobank.