ECLI:NL:GHAMS:2019:4210
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verworpen wegens onvoldoende belang bij voorwaardelijk ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond het hoger beroep van appellant tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam centraal waarin Smart Retail Concepts B.V. een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met appellant had verzocht. De rechtbank had geoordeeld dat appellant statutair bestuurder was en niet werknemer, en de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2019 ontbonden met toekenning van een transitievergoeding.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak, onder meer om te voorkomen dat de beschikking gezag van gewijsde zou krijgen en om verschillende rechtsklachten aan de orde te stellen. Het hof overwoog echter dat Smart Retail wel degelijk belang had bij het ontbindingsverzoek, mede vanwege de proceskosten en de vraag of appellant statutair bestuurder was.
Echter, na een latere procedure bij de rechtbank Midden-Nederland waarin appellant zich neerlegde bij het einde van de arbeidsovereenkomst per 1 september 2018 en een billijke vergoeding werd toegekend, was het ontbindingsverzoek praktisch betekenisloos geworden. Het hof concludeerde dat appellant onvoldoende belang had bij verdere behandeling in hoger beroep, waardoor het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep wegens onvoldoende belang en veroordeelde appellant in de proceskosten.