ECLI:NL:GHAMS:2019:4262

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
23-003018-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis oplichting ondanks strafmaatverweer verdachte

De verdachte werd in eerste aanleg door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld voor vier gevallen van oplichting, terwijl hij werd vrijgesproken van twee andere tenlasteleggingen. Tegen deze veroordeling en vrijspraak stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het de vrijspraak betrof, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat volgens artikel 404, vijfde lid, Sv.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 15 november 2019 nam het hof kennis van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van de raadsvrouw van de verdachte. De raadsvrouw voerde een strafmaatverweer aan, stellende dat de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk zou moeten zijn aan de duur van het voorarrest, aangevuld met een voorwaardelijke straf en bijzondere voorwaarden, mede gelet op het re-integratietraject dat de verdachte zou starten.

Het hof oordeelde dat dit strafmaatverweer onvoldoende was om het vonnis te wijzigen. Het hof verwierp het verweer en bevestigde het vonnis van de rechtbank Noord-Holland voor zover het aan het oordeel van het hof was onderworpen. De verdachte blijft veroordeeld voor de vier oplichtingen en het hoger beroep tegen de vrijspraak op de andere tenlasteleggingen is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor vier oplichtingen en verklaart het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003018-18
datum uitspraak: 29 november 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-168447-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 en 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het door de raadsvrouw gevoerde strafmaatverweer bespreekt.

Bespreking strafmaatverweer

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd die gelijk is aan de duur die de verdachte in voorarrest heeft gezeten, aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf – eventueel met bijzondere voorwaarden. Daartoe heeft de raadsvrouw, kortgezegd, aangevoerd dat de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) bij een benadelingsbedrag van € 2.109,70 een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken tot 1 maand (
het hof begrijpt: 1 week tot 2 maanden) tot uitgangspunt nemen. De verdachte is niet enkel geraffineerd te werk gegaan, waardoor hij altijd vindbaar was voor de politie. Hij heeft enig zelfinzicht en weet dat hij hulp en begeleiding nodig heeft. In april 2020 begint de verdachte aan zijn re-integratietraject. De Reclassering wil de verdachte na zijn detentie begeleiden en streng monitoren, waarbij hij zich aan een aantal voorwaarden dient te houden, en hij zal ambulant worden behandeld. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (
het hof begrijpt: die langer is dan de duur die de verdachte in voorarrest heeft gezeten) doorkruist het gehele re-integratieplan met als gevolg dat de begeleiding en behandeling stil komen te staan, er waarschijnlijk een nieuw faseringsplan moet worden opgesteld en hij zijn plek op de wachtlijst voor begeleid wonen kwijtraakt.
Het hof overweegt als volgt.
Hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd met betrekking tot de oriëntatiepunten van het LOVS, de werkwijze en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, noopt het hof niet tot een ander oordeel ten aanzien van de opgelegde straf. Het hof verwerpt het verweer.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 4 ten laste gelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. E. van Die en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 november 2019.
De voorzitter en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]