In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is het hof Amsterdam tot een gedeeltelijke bevestiging gekomen. Het hof bevestigt het bewezenverklaarde omtrent mishandeling, maar vernietigt de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan. De bewijsmiddelen worden aangepast wat betreft paginanummering en het aantal opsporingsambtenaren in verklaringen.
De verdachte heeft zich op klaarlichte dag in een woonwijk schuldig gemaakt aan een onverhoedse en ernstige mishandeling van een onbekende jongeman, waarbij het slachtoffer schrik en fysiek letsel opliep. Dit wordt aangemerkt als zinloos geweld op de openbare weg, een ernstig feit dat de persoonlijke integriteit van het slachtoffer schaadt.
Gezien de ernst van het feit en het feit dat de verdachte recentelijk al voor een soortgelijk feit tot een werkstraf is veroordeeld, acht het hof een werkstraf niet passend. Vanwege de jeugdige leeftijd van de verdachte legt het hof een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op dan de politierechter. Om herhaling te voorkomen wordt een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte toont geen inzicht in de ernst van zijn handelen en is snel opnieuw in de fout gegaan, wat in het nadeel wordt meegewogen. Het hof legt een gevangenisstraf van drie weken op, waarvan twee weken voorwaardelijk. Het vonnis wordt voor het overige bevestigd.