ECLI:NL:GHAMS:2019:4276
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvonnis wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin veroordeelde was veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De verdediging betoogde dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen omdat de eerste oogst van de hennepkwekerij zou zijn mislukt, waardoor er geen voordeel zou zijn behaald. Ter onderbouwing werd aangevoerd dat de kweekruimte in slechte staat verkeerde en dat de veroordeelde ice-hasj probeerde te vervaardigen van plantdelen van een mislukte oogst.
Het hof oordeelde dat ondanks de slechte staat van het pand en de omstandigheden in de kwekerij, onvoldoende aannemelijk was dat de oogst volledig was mislukt. De verklaring van de veroordeelde over het gebruik van een zeil en gaskachel om water- en stroomproblemen te bestrijden, maakte het niet aannemelijk dat de oogst geen opbrengst had. Ook de pogingen tot vervaardiging van ice-hasj en het niet aflossen van schulden veranderden dit oordeel niet.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en legde de verplichting tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde op.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering en verplicht veroordeelde tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.