ECLI:NL:GHAMS:2019:4279

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
23-000898-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis hoger beroep gebiedsverbod en diefstal boterkoek

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 5 maart 2018, betreffende overtredingen van een gebiedsverbod en diefstal van een boterkoek. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, was in eerste aanleg veroordeeld.

Tijdens de terechtzitting op 15 november 2019 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van één maand voor de ten laste gelegde feiten.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met als enige wijziging de aanpassing van de aanhef van de bewijsmiddelen, waaronder het verwijderingsbevel, proces-verbaal van uitreiking en het verhoor van de verdachte met bekennende verklaring. De voorzitter en jongste raadsheer konden het arrest niet medeondertekenen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van één maand voor overtreding van het gebiedsverbod en diefstal.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000898-18
datum uitspraak: 29 november 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-013354-18 (hierna:
zaak A) en 13-025233-18 (hierna:
zaak B) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1989,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de aanhef van de bewijsmiddelen van de politierechter aanpast als vermeld.

Aanpassing bewijsmiddelen

Ten aanzien van zaak A:
2. Een geschrift, te weten een verwijderingsbevel voor de duur van drie maanden en een gebiedskaart Overlastgebied Centrum, doorgenummerde pagina’s 11-14.
3. Een proces-verbaal van uitreiking met nummer 2017255742-3 van 19 december 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 10.

Ten aanzien van zaak B onder 1 en 2:

5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2018026402-5 van 6 februari
2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2]
, inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte, doorgenummerde pagina’s 9-11.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. E. van Die, en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 november 2019.
De voorzitter en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]