Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vorderden de buren ([geïntimeerden]) dat appellant het dakterras met hekwerk binnen twee meter van hun erfgrens zou verwijderen. Het dakterras gaf uitzicht op hun erven en veroorzaakte volgens hen onrechtmatige hinder in strijd met artikel 5:50 en Pro 5:37 BW. Appellant voerde onder meer aan dat er toestemming was gegeven door één van de buren en dat de haag voldoende privacy bood.
De voorzieningenrechter wees de vordering toe en legde appellant op het hekwerk binnen twee maanden te verwijderen. Appellant ging in hoger beroep maar het hof oordeelde dat er geen sprake was van toestemming voor het dakterras binnen de erfgrens en dat de haag onvoldoende privacy bood. Het hof vond het spoedeisend belang van de buren aannemelijk en stelde vast dat appellant wist dat de buren niet instemden.
Het hof vond dat het financiële belang van appellant bij het in stand houden van het dakterras slechts gering meewoog tegen de privacybelangen van de buren. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot verwijdering van het hekwerk binnen twee meter van de erfgrens.