Uitspraak
13-036355-18 tegen:
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 15 november 2019 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 20 maart 2019. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats, heeft geen schriftelijke grieven ingediend en ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis geuit. Daarnaast is niet gebleken dat er enig rechtens te respecteren belang is dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.P.M. van Rijn, E. van Die en A. Dantuma-Hieronymus. De voorzitter en jongste raadsheer waren afwezig bij de ondertekening van het arrest.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.