Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] en
[appellante sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de afwikkeling van de rechtsverhouding tussen partijen centraal, die enige jaren samenwoonden en na beëindiging daarvan kosten maakten die appellanten voor hun rekening namen.
Appellanten kwamen in hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hun vordering in reconventie slechts gedeeltelijk werd toegewezen tot €91,65. Zij stelden recht te hebben op €4.292,26.
Geïntimeerde liet in hoger beroep haar verweer tegen deze vordering varen, waardoor het hof de vordering alsnog toewijst tot het volledige bedrag van €4.292,26. Het hof vernietigt daarom het vonnis in reconventie voor zover het bedrag van €91,65 betreft en wijzigt dit naar €4.292,26. De kosten van het hoger beroep worden tussen partijen verrekend, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
De beslissing van de kantonrechter in conventie blijft ongewijzigd, omdat het hoger beroep zich niet daarop uitstrekte.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellanten toe tot €4.292,26 en vernietigt het vonnis in reconventie voor het eerdere lagere bedrag.