ECLI:NL:GHAMS:2019:4324
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet wijzen op recht op tegenonderzoek bij ademanalyse
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 22 april 2018 te Amsterdam als bestuurder van een bromfiets onder invloed van alcohol reed met een ademalcoholgehalte van 790 microgram per liter uitgeademde lucht, wat hoger is dan de toegestane 220 microgram. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Tijdens het hoger beroep stelde de advocaat-generaal vrijspraak voor omdat niet was voldaan aan de formele vereisten van het ademonderzoek. Het hof constateerde dat de verdachte niet was gewezen op het recht op een tegenonderzoek nadat hem de definitieve uitslag van de ademanalyse was meegedeeld, terwijl dit volgens artikel 8, lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 vereist is.
Het hof oordeelde dat het ademonderzoek niet rechtsgeldig was uitgevoerd omdat het recht op tegenonderzoek niet was medegedeeld na de laatste ademanalyse. Hierdoor kon het bewijs niet worden gebruikt en werd de verdachte vrijgesproken. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens niet wijzen op recht op tegenonderzoek na ademanalyse.