ECLI:NL:GHAMS:2019:4325

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
5 december 2019
Zaaknummer
23-001669-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor hennepkwekerij en diefstal elektriciteit in Alkmaar

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk telen van ongeveer 64 hennepplanten en het stelen van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij in een pand te Alkmaar.

De verdachte beschikte over de woning via een bruikleenovereenkomst en werd door getuigen regelmatig bij het pand gezien. Geluiden van een waterpomp en afzuiginstallatie bevestigden het bestaan van een kwekerij. De verklaringen van de verdachte dat hij enkel de post ophaalde werden niet geloofd. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan hennepteelt en stroomdiefstal.

De straf werd bepaald op een taakstraf van 60 uur en 30 dagen hechtenis, lager dan de door de advocaat-generaal gevorderde straf, vanwege het feit dat het een oud feit betrof en de verdachte sindsdien lijkt afgekickt van harddrugs en zijn leven probeert te beteren. Eerdere veroordelingen waren niet voor soortgelijke feiten. De straf is gebaseerd op artikelen van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur en 30 dagen hechtenis voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001669-19
datum uitspraak: 29 november 2019
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-700341-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
15 november 2019.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 13 april 2016 te Alkmaar opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]) ongeveer 64 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2016 tot en met 13 april 2016 te Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen [in/uit het pand [adres 2]] een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan 'Liander NV', in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De verdachte had een bruikleenovereenkomst voor de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Hij beschikte dus over de woning. Hij gebruikte die als postadres en stond er ingeschreven. De woning werd sinds eind 2014 niet meer bewoond. De onderbuurvrouw heeft de verdachte in de periode voorafgaand aan 13 april 2016 regelmatig bij de woning zien langskomen, soms met anderen, soms alleen, en hij bleef doorgaans niet meer dan een uur. Ongeveer in november 2015 heeft de onderbuurvrouw verbouwgeluiden gehoord in de woning, waar toen meerdere mensen aanwezig waren, waartussen zij ook de verdachte hoorde. In de periode voor 13 april 2016 hoorde zij regelmatig een soort waterpompinstallatie die telkens voor korte tijd water oppompte. Ook hoorde zij op 12 en 13 april 2016 opvallende geluiden van een afzuiginstallatie uit de woning komen. De dag na haar melding bij de politie, dus op 14 april 2016, heeft zij de verdachte nog alleen bij de woning gezien.
Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van deze getuige, die op onderdelen voorts steun vinden in de verklaring van getuige [getuige].
Het acht niet geloofwaardig dat de verdachte, zoals hij zelf verklaart, enkel langs kwam om de post op te halen en evenmin dat een ander van de woning gebruik maakte, mede ook gelet op de verklaring van de betreffende persoon, de getuige [getuige].
Bij gebrek aan een nadere onderbouwing van de verklaringen van de verdachte, leidt het hof uit het voorgaande af dat de verdachte in zijn woning hennep heeft geteeld. Mede in aanmerking genomen het proces-verbaal van aantreffen van de hennepkwekerij en de aangifte van Liander met bijlagen leidt het hof uit het voorgaande ook af dat de verdachte zich ten behoeve van de kwekerij schuldig heeft gemaakt aan diefstal van stroom.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op of omstreeks 13 april 2016 te Alkmaar opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan [adres 2], ongeveer 64 hennepplanten.
2.
hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 13 april 2016 te Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in het pand [adres 2] een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan 'Liander NV'.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 64 hennepplanten en diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers ervan. Bovendien leidt de teelt van hennep veelal tot negatieve maatschappelijke effecten en overlast. Daarnaast kan diefstal van stroom gevaar opleveren voor de brandveiligheid.
Het hof is evenals de advocaat-generaal van oordeel dat een taakstraf passend is. Het hof komt tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd, gelet op de omstandigheid dat het een feit betreft uit 2016, terwijl de verdachte in de tussentijd lijkt te zijn afgekickt van een langdurige harddrugsverslaving en bezig is zijn leven op de rit te krijgen. Voorts heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 november 2019, waaruit blijkt dat hij eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld maar niet voor soortgelijke feiten. Tot slot heeft het hof rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.D.L. Nuis en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
29 november 2019.
Mr. J.D.L. Nuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]