ECLI:NL:GHAMS:2019:4351
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wederspannigheid met lichamelijk letsel; geen onrechtmatige staandehouding
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. Verdachte werd beschuldigd van wederspannigheid met geweld tegen meerdere politieambtenaren, waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht aan een van hen. De feiten speelden zich af op 18 april 2019 in Amsterdam.
De verdediging voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was omdat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond bij het vragen om identiteitsgegevens. Het hof oordeelde echter dat de politie in het kader van de handhaving van de openbare orde rechtmatig handelde, omdat verdachte anderen lastigviel en de politie daarom mocht vragen om identificatie zonder dat een redelijk vermoeden van schuld vereist was.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich met geweld verzette tegen politieambtenaren door zich op de grond te laten vallen, te spugen en trappende bewegingen te maken, wat leidde tot schrammen bij een agent. Hoewel het feit ernstig werd bevonden wegens het geweld en het aantasten van het gezag, legde het hof geen straf op omdat verdachte reeds een maatregel voor stelselmatige daders opgelegd had gekregen voor soortgelijke feiten die eerder waren gepleegd.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door verdachte schuldig te verklaren aan wederspannigheid met lichamelijk letsel, maar geen straf of maatregel op te leggen.
Uitkomst: Verdachte schuldig aan wederspannigheid met lichamelijk letsel, maar geen straf opgelegd vanwege reeds opgelegde maatregel.