Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Standpunt van klager
4.Standpunt van de kandidaat-notaris
5.Beoordeling
tandelijke beperking;
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een klacht van een erfgenaam tegen een kandidaat-notaris die een testament heeft gepasseerd van zijn verstandelijk beperkte zuster, woonachtig in een zorginstelling. De klacht richt zich op de onvoldoende zorgvuldige beoordeling van de wilsbekwaamheid van de testatrice door de kandidaat-notaris, die het voorgeschreven stappenplan niet heeft gevolgd.
De kandidaat-notaris voerde aan dat hij op basis van eigen waarneming geen reden had om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen en dat het stappenplan alleen bij twijfel moet worden toegepast. Het hof oordeelt echter dat de omstandigheden, zoals het verblijf van de testatrice in een instelling voor verstandelijk beperkten en het feit dat de afspraak vanuit de instelling werd gemaakt, aanleiding hadden moeten geven tot nader onderzoek.
De klacht wordt gegrond verklaard en de maatregel van schorsing als waarnemer voor twee weken wordt opgelegd. Verder wordt de kandidaat-notaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van klager en de kosten van behandeling van de klacht door het hof.
Uitkomst: De klacht tegen de kandidaat-notaris wordt gegrond verklaard en er wordt een schorsing van twee weken opgelegd.