ECLI:NL:GHAMS:2019:4369
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging alimentatie wegens samenwonen als waren zij gehuwd
Partijen waren gehuwd en zijn in 2014 gescheiden. De man was verplicht alimentatie te betalen aan de vrouw zolang de echtelijke woning onverdeeld was en daarna een hoger bedrag na overdracht van de woning.
De man stelde dat de alimentatieplicht eindigde omdat de vrouw sinds 1 augustus 2016 samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd, zoals bedoeld in artikel 1:160 BW Pro. Het hof onderzocht of sprake was van een affectieve relatie van duurzame aard met wederzijdse verzorging, samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding.
Het hof vond de stellingen van de man voldoende onderbouwd met sociale media berichten vanaf juli 2016 en observaties van een recherchebureau in 2018. Deze toonden aan dat de vrouw en haar nieuwe partner samenwoonden, elkaar verzorgden en een gezamenlijke huishouding voerden. De vrouw kon dit niet overtuigend weerleggen met verklaringen van derden of andere stukken.
Het hof concludeerde dat de alimentatieverplichting van de man met ingang van 1 augustus 2016 is geëindigd en bekrachtigde de bestreden beschikking. Het verzoek van de vrouw om de beschikking te vernietigen werd afgewezen.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw eindigt per 1 augustus 2016 wegens samenwonen als waren zij gehuwd.