ECLI:NL:GHAMS:2019:4453
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkracht bij arbeidsongeschiktheid en schuldenlast
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een relatie gehad tot maart 2017. De man is sinds 2015 arbeidsongeschikt en ontvangt een WIA-uitkering. De rechtbank had een bijdrage in kinderalimentatie van €250 per kind per maand vastgesteld, terwijl de vrouw slechts €250 per maand voor beide kinderen samen had verzocht.
In hoger beroep stelt de man dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil is getreden, dat de ingangsdatum van de alimentatie onredelijk is en dat hij onvoldoende draagkracht heeft vanwege zijn arbeidsongeschiktheid en aanzienlijke schulden. Het hof oordeelt dat de bijdrage moet worden vastgesteld op het door de vrouw gevraagde bedrag, dat de ingangsdatum moet worden gesteld op de datum van de beschikking en dat de draagkracht van de man beperkt is door zijn schuldenlast en gezondheidssituatie.
De man staat onder bewind wegens problematische schulden en heeft een herseninfarct gehad, waardoor zijn financiële situatie ernstig is. Het hof houdt rekening met zijn netto besteedbaar inkomen en verhoogt het draagkrachtloos inkomen met de maandelijkse lasten voor schulden. De bijdrage wordt daarom vastgesteld op €91 per maand vanaf 31 oktober 2018. Tevens wordt bepaald dat eventuele teveel betaalde bedragen niet hoeven worden teruggevorderd.
Het hof bevestigt dat de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt en dat samen onvoldoende draagkracht is om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De beschikking wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld, waarbij de belangen van de kinderen en de financiële situatie van de man zorgvuldig zijn meegewogen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €91 per maand vanaf 31 oktober 2018, rekening houdend met de arbeidsongeschiktheid en schuldenlast van de man.