ECLI:NL:GHAMS:2019:4507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke vergoeding bij ontslag na re-integratietekortkomingen
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van een billijke vergoeding na ontslag met toestemming van het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde dat de werkgever, Magentazorg, ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door tekortkomingen in het re-integratietraject en daardoor aansprakelijk is voor schade.
Het hof heeft het geding inhoudelijk onderzocht en vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid van appellant hoofdzakelijk voortkomt uit persoonlijke omstandigheden. Magentazorg heeft zich bij de re-integratie laten leiden door adviezen van de bedrijfsarts en het UWV, en hoewel er enkele tekortkomingen waren, waren deze niet ernstig genoeg om een billijke vergoeding toe te kennen.
Daarnaast is geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de tekortkomingen in het re-integratietraject hebben geleid tot het verlies van haar verdiencapaciteit. Ook de vorderingen op grond van artikel 7:658 en Pro 7:611 BW zijn afgewezen omdat geen causaal verband is vastgesteld.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter, wijst de vorderingen af en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.