ECLI:NL:GHAMS:2019:4537

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2019
Publicatiedatum
20 december 2019
Zaaknummer
23-001239-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c SvArt. 574 SvArt. 575 SvArt. 576 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens ontnemingsmaatregel

Het gerechtshof Amsterdam behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot verlof voor tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die een ontnemingsmaatregel niet heeft voldaan. De ontnemingsmaatregel was onherroepelijk vastgesteld op een bedrag van €109.629,09, waarvan nog €62.280,35 openstond na conservatoir beslag.

Ondanks pogingen van het Centraal Justitieel Incassobureau om de verblijfplaats van de veroordeelde te achterhalen, bleek deze sinds 2010 uitgeschreven en zonder bekende adresgegevens in Suriname. Er zijn geen op naam gestelde vermogensbestanddelen gevonden, waardoor verhaal via een gerechtsdeurwaarder niet effectief wordt geacht.

De veroordeelde is niet verschenen bij de zitting, maar het hof stelt vast dat hij niet heeft voldaan aan de betalingsverplichting en niet aannemelijk is gemaakt dat hij hiertoe niet in staat is. Daarom verleent het hof op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen.

De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 31 juli 2019. Een van de rechters was buiten staat het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor 540 dagen wordt verleend wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 000613-19
rolnummer: 23-001239-12
datum uitspraak: 17 juli 2019
Beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 15 mei 2019, op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingediend tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) [geboortedag] 1977,
geen bekende woon- of verblijfplaats.

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 23 september 2014 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 114.629,09. Bij arrest van 14 mei 2016 heeft de Hoge Raad de hoogte van de ontnemingsmaatregel en de betalingsverplichting verminderd tot een bedrag van € 109.629,09. De ontnemingsmaatregel is daarmee onmiddellijk onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal heeft op 15 mei 2019 een vordering ‘Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang’ ex artikel 577c Sv voor de duur van 540 dagen bij dit gerechtshof ingediend. Na afwikkeling van het conservatoire beslag, is het nog openstaande bedrag van de betalingsverplichting € 62.280,35.
Het verzoek is door de raadkamer van het hof op 17 juli 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij is gehoord de advocaat-generaal mr. M.D.J. Teengs Gerritsen. De veroordeelde zelf is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Beoordeling

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen, een en ander zoals verwoord in de schriftelijke vordering.
Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft de veroordeelde op 18 november 2016 aangeschreven op zijn toenmalige BRP-adres, maar daar was hij blijkens een telefoontje van de huidige bewoner niet meer woonachtig. Uit het overzicht uit de Strafrechtsketendatabank kwam naar voren dat de veroordeelde sinds 21 april 2010 was uitgeschreven naar Suriname. Adresgegevens in Suriname ontbraken. Om de gegevens omtrent de verblijfplaats van de veroordeelde te achterhalen heeft het CJIB een bestandsvergelijking gemaakt tussen interne systemen. Dit heeft echter geen bruikbaar resultaat opgeleverd. Voor zover bekend heeft de veroordeelde geen bekende op naam gestelde vermogensbestanddelen. Het CJIB gaat er dan ook van uit dat het nemen van verhaal door inschakeling van een gerechtsdeurwaarder in deze zaak niet het geëigende middel is dat tot inning van de opgelegde ontnemingsmaatregel zal leiden.
Op basis van het onderzoek ter zitting stelt het hof vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op diens vermogen niet mogelijk is gebleken.
Niet aannemelijk is gemaakt dat de veroordeelde buiten staat is aan de betalingsverplichting te voldoen.
Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 540 dagen.

Beslissing

Het hof:
Verleent beveltot tenuitvoerlegging van lijfsdwang.
Bepaalt de duur van de lijfsdwang op
540 (vijfhonderdveertig) dagen.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.P. den Otter en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 31 juli 2019.
mr. Piena is buiten staat dit arrest te ondertekenen.