ECLI:NL:GHAMS:2019:4558
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs oplichting met valse kredietaanvragen
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2018, waarin verdachte werd vrijgesproken van oplichting, heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd. De zaak betrof het doen van kredietaanvragen met behulp van valse of vervalste bewijsstukken op naam van de verdachte.
Het openbaar ministerie vorderde een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, maar het hof oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de kredietaanvragen. Hoewel contactgegevens en bankrekeningnummer van de verdachte werden gebruikt, ontbraken directe aanwijzingen dat zij zelf de aanvragen heeft gedaan.
De door het OM aangedragen indirecte aanwijzingen, zoals het gebruik van de bankpas na vermoedelijke diefstal en de beveiliging van de brievenbus, waren niet overtuigend genoeg. Het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs leidde tot bevestiging van de vrijspraak.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 december 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor oplichting.