Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van diefstal in een woning tijdens de nacht. Op 15 maart 2019 was verdachte zonder toestemming in een woning aan een studentenadres in Amsterdam binnengedrongen en had daar een horloge en een spuitbus deodorant weggenomen.
De verdediging voerde aan dat de deur openstond en dat verdachte geen wederrechtelijk oogmerk had omdat hij vluchtte uit angst voor geweld. Het hof verwierp deze stellingen, oordeelde dat de verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende in de woning bevond en dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aanwezig was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter omwille van proceseconomische redenen en deed opnieuw recht. De straf werd vastgesteld op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien weken, met aftrek van voorarrest. Het hof benadrukte het belang van de veiligheid in woningen en de ernst van het feit.