ECLI:NL:GHAMS:2019:4571
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bezit en vervoer van cocaïne
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit en vervoer van circa 5 gram cocaïne, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. De tenlastelegging betrof een gebeurtenis op of omstreeks 27 mei 2016 te Amsterdam. Het hof heeft het hoger beroep behandeld na het vonnis van de politierechter van 1 februari 2018.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Na beoordeling van het dossier en de stukken heeft het hof geoordeeld dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. Hierdoor is het hof tot een andere beslissing gekomen dan de politierechter.
Het vonnis van de politierechter is vernietigd en het hof heeft de verdachte vrijgesproken. Dit arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 november 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bezit en vervoer van cocaïne.