ECLI:NL:GHAMS:2019:4645

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2019
Publicatiedatum
30 december 2019
Zaaknummer
200.244.332/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:353 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake ter inzage leggen onderzoeksverslag en vergoeding onderzoeker in enquêterechtzaak

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft in een enquêterechtzaak een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van een besloten vennootschap over de periode vanaf 1 december 2015. Het onderzoek werd uitgevoerd door een benoemde onderzoeker, met een maximumkostenbedrag dat in de loop van het geding werd verhoogd tot €52.000 exclusief omzetbelasting.

Op 24 december 2019 heeft de onderzoeker het onderzoeksverslag met bijlagen aan de Ondernemingskamer overgelegd. Vervolgens heeft de Ondernemingskamer dit verslag ter griffie neergelegd zodat belanghebbenden het kunnen inzien. Tevens ontving de Kamer een gespecificeerde eindnota van de onderzoeker met het verzoek om vergoeding van de gemaakte kosten.

De Ondernemingskamer besloot het verslag ter inzage te leggen en partijen tot uiterlijk 10 januari 2020 de gelegenheid te geven zich uit te laten over het verzoek tot vergoeding en de bijbehorende nota. De beschikking is gegeven door vijf raadsheren en uitgesproken in het openbaar op 30 december 2019.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag wordt ter inzage gelegd en partijen kunnen zich uitlaten over de vergoeding van de onderzoeker.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.244.332/01
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 december 2019
inzake

1.[A] ,

wonende te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTERS,
advocaat:
mr. J.A.I. Verheul, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D],
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTERS,
advocaat:
mr. A.J. Tekstra, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1.
[E],
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. A.J. Tekstra,kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCANDIVE B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
verschenen bij haar bestuurder [F] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCANPLEEN B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
verschenen bij haar bestuurder [G] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCANSALE B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
verschenen bij haar bestuurder [H] ,
BELANGHEBBENDEN,
e n t e g e n

5.[F] ,

wonende te [....] ,
6.
[G],
wonende te [....] ,
7.
[H],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
allen in persoon verschenen.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal verweerster sub 1 (ook) met [C] worden aangeduid.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 30 januari 2019, 4 februari 2019, 28 mei 2019 en 26 november 2019, alle in de zaak met nummer 200.244.332/01 OK, en naar de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 22 oktober 2019 in de zaak met nummer 200.244.332/02 OK.
1.3
Bij de beschikkingen van 30 januari 2019 en 4 februari 2019 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [C] over de periode vanaf 1 december 2015, zoals omschreven in rechtsoverweging 3.10 jo. 3.3 tot en met 3.7 van die beschikking, mr. Y. Borrius te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [C] .
1.4
Bij de beschikking van 28 mei 2019 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het in 1.3 genoemde onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 42.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [C] .
1.5
Bij de beschikking van 26 november 2019 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het in 1.3 genoemde onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 52.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [C] .
1.6
Bij brief van 24 december 2019 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.7
De Ondernemingskamer heeft op 30 december 2019 van de onderzoeker een gespecificeerde eindnota van de gemaakte kosten in verband met het onderzoek ontvangen. Deze kosten bedragen in totaal € 52.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer verzocht haar vergoeding voor de in verband met het onderzoek verrichte werkzaamheden te bepalen op dit bedrag.
1.8
De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
De Ondernemingskamer zal, alvorens de vergoeding van de onderzoeker te bepalen, partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het in 1.7 genoemde verzoek van de onderzoeker en de daarbij behorende gespecificeerde eindnota.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 30 januari 2019 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [C] ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt, alvorens de vergoeding van de onderzoeker te bepalen, partijen tot uiterlijk 10 januari 2020 in de gelegenheid zich uit te laten over het in 1.7 genoemde verzoek van de onderzoeker en de daarbij behorende gespecificeerde eindnota.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink, raadsheer, op 30 december 2019.