De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het stelen van een wc-reiniger en meerdere verpakkingen rundvlees bij een winkel in Haarlem. Hij heeft de diefstal bekend en is meermalen eerder onherroepelijk veroordeeld voor winkeldiefstal, wat in zijn nadeel weegt.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof acht het bewezen dat de verdachte op 1 maart 2019 de genoemde goederen heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Andere tenlasteleggingen zijn niet bewezen verklaard.
De advocaat-generaal vorderde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, maar het hof oordeelde dat gelet op de ernst van het feit, de recidive en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Het hof legde een gevangenisstraf van 2 weken op, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week werd gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd. Het hof wees het verzoek af om de straf om te zetten in een taakstraf.
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 december 2019.