ECLI:NL:GHAMS:2019:4770
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens niet tijdige kennisgeving raadsman aan griffie
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld bij verstek wegens overtreding van de Opiumwet. De raadsman stelde zich tijdig bij het openbaar ministerie, maar door het ontbreken van een parketnummer en beperkingen in digitale werkprocessen werd hij niet aan de zaak gekoppeld en niet op de hoogte gesteld van de zittingsdatum. Hierdoor was hij niet aanwezig bij de zitting in eerste aanleg.
De raadsman verzocht het hof de zaak terug te wijzen naar de rechtbank wegens schending van het aanwezigheidsrecht en het recht op berechting in twee instanties. Het hof overwoog dat de betekening van de dagvaarding rechtsgeldig was, maar dat het verzuim van de raadsman om zich aan de griffie te melden niet aan hem te wijten was vanwege de digitale beperkingen bij het OM.
Het hof volgde de recente jurisprudentie van de Hoge Raad dat een raadsman schriftelijk aan de griffie moet melden dat hij optreedt, met vermelding van het parketnummer. Omdat dit in deze zaak niet mogelijk was en de raadsman niet werd erkend, was sprake van een schending van het aanwezigheidsrecht. Daarom vernietigde het hof het vonnis en wees de zaak terug naar de politierechter voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens niet tijdige kennisgeving van de raadsman aan de griffie.