ECLI:NL:GHAMS:2019:4880
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vermindering of kwijtschelding van ontnemingsmaatregel
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 25 oktober 2019 een verzoek van de veroordeelde behandeld om vermindering of kwijtschelding van een betalingsverplichting van €321.080, opgelegd bij arrest van 30 januari 2015 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde stelde dat hij niet over de financiële middelen beschikte om te betalen, aangezien hij slechts een bijstandsuitkering ontvangt en vaste lasten heeft die vrijwel het gehele inkomen opslokken.
Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 577b Sv, waarbij onder meer gekeken wordt naar het gebruik van het genoten voordeel, de actuele en toekomstige vermogenspositie en draagkracht. De veroordeelde had echter onvoldoende toegelicht wat er met het genoten voordeel is gebeurd en gaf onvoldoende informatie over zijn huidige vermogenssituatie. Zo was de taxatie van zijn woonwagen verouderd en ontbrak actuele waardering, terwijl eerdere bezit van twee sauna’s duidt op vermogen.
Gezien deze gebreken in de onderbouwing concludeerde het hof dat het verzoek onvoldoende gemotiveerd was en wees het af. Het hof benadrukte dat de veroordeelde vrijstaat een nieuw, beter onderbouwd verzoek in te dienen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering of kwijtschelding van de betalingsverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.