ECLI:NL:GHAMS:2019:4881
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vermindering of kwijtschelding betalingsverplichting ontnemingsmaatregel
De veroordeelde is bij arrest van het hof in 2012 veroordeeld tot betaling van een bedrag van €185.300 aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Na diverse betalingen en een lopende betalingsregeling bleef een openstaand bedrag van €143.287,53 bestaan. De veroordeelde verzocht op grond van artikel 577b Sv om vermindering of kwijtschelding van deze betalingsverplichting, stellende dat hij onvoldoende draagkracht heeft vanwege gezondheidsproblemen en gebrek aan inkomsten.
Tijdens de openbare behandeling op 11 oktober 2019 werd het verzoek inhoudelijk besproken. Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van criteria zoals het gebruik van het genoten voordeel, de vermogenspositie, huidige en toekomstige inkomsten en verdiencapaciteit. De veroordeelde had onvoldoende toegelicht wat er met het verkregen voordeel was gebeurd en gaf onvoldoende informatie over zijn toekomstige verdiencapaciteit.
Het hof constateerde dat de veroordeelde geen aannemelijke onderbouwing gaf dat hij nu en in de toekomst niet in staat zou zijn om aan de betalingsverplichting te voldoen. Ook werd meegewogen dat hij momenteel een gemeenschappelijke huishouding voert en maandelijks €250 betaalt. Het verzoek tot kwijtschelding of matiging werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek tot opheffing van de lijfsdwang afgewezen omdat het CJIB bereid is een betalingsregeling voort te zetten.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering of kwijtschelding van de betalingsverplichting en tot opheffing van de lijfsdwang is afgewezen.